In memoriam: Anton Vernooij (1940-2025)

Anton Vernooij, met het van Martin Hoondert ontvangen eerste exemplaar van Zingen van grote dingen. Over muziek in de liturgie (Foto: Marja Blakenburg)
Door Wim Krist in samenwerking met Marja Blakenburg
Toen ik op de ochtend van 12 januari jl. de kapel van de Fraters van Utrecht binnenliep, werd mij onmiddellijk verteld dat mijn vriend Anton Vernooij ’s nachts was overleden. De indruk die Anton op mij maakte toen ik hem eind jaren ‘70 voor het eerst ontmoette, is steeds gebleven: aimabel, statig, superieur, kritisch, humorvol. In de jaren die volgden, ging het in gesprekken veelal over de kracht en invloed van liturgische muziek op de vorming en beleving van het geloof. Een opmerking die Anton regelmatig maakte, was dat hij musicus was en dat hij daardoor onmogelijk ‘gewoon’ bij een concert of in een viering kon zitten: ‘Ik ben altijd bezig met analyseren.’ In het Fraterhuis, sinds een aantal jaren zijn domicilie, zat hij elke zondag in de kapel. Als ik dan cantor of organist was, voelde het alsof ik tentamen deed…
Anton Vernooij stimuleerde de interkerkelijke dialoog en werd door zijn inzet een boegbeeld van vernieuwende ontwikkelingen in de liturgie en liturgische muziek in Nederland.
Aan de verwevenheid van zijn vele werkzaamheden is niet te ontkomen. Zijn betekenis kan op verschillende manieren worden samengevat:
1. Liturg en musicus
Anton was een pleitbezorger en voorvechter van liturgische innovatie. Hij zette zich in voor actieve deelname van de gelovigen in zang en gebed, in lijn met Vaticanum II. Het was zijn overtuiging dat liturgie zich eerst recht zingend voltrekt. Hij stimuleerde eigentijdse composities en een ‘vernieuwende zangcultuur’, maar wees ook op het belang van het gregoriaans. Hij pleitte voor een uitnodigende liturgie met ruimte voor de actualiteit van de boodschap, conform de liturgische modernisering in de jaren ’60 en ’70. Vele jaren was hij, naast docent, voorganger in diverse parochies. Hij benoemde en beleefde zichzelf allereerst als musicus. Maar toen hij om gezondheidsredenen niet meer voor kon gaan, ‘ontdekte’ hij dat hij ook liturg was. Anton zei in een interview: ‘Ik zei altijd als me gevraagd werd wat ik ben: “Ik ben musicus.” Maar je bent ook priester. Mentaal, en dat merkte ik pas toen ik opgehouden was, kun je dat niet missen.’
2. Musicus en theoloog
In diverse in memoriams die de afgelopen tijd verschenen naar aanleiding van het overlijden van Anton Vernooij werd vermeld welke opleidingen hij na zijn priesterwijding heeft gevolgd op het terrein van muziek, waaronder compositie en gregoriaans. Wat minder ter sprake kwam, is hoe deze scholing later praktisch en theoretisch vorm heeft gekregen. Hij schreef bijvoorbeeld een dertigtal begeleidingen voor Wisselende Gezangen en vertaalde enkele boeken van Alberto Turco over het gregoriaans.
Hij moedigde het gebruik aan van moderne muzikale vormen. Een gedegen theologische onderbouwing van zijn opvattingen realiseerde een brede acceptatie van een muzikale diversiteit binnen de liturgie.
Hij speelde een sleutelrol in de totstandkoming van Gezangen voor Liturgie (1983/1996), standaardbundel voor de Nederlandse rooms-katholieke kerk. Als adviseur was hij betrokken bij de samenstelling van Liedboek, Zingen en bidden in huis en kerk (2013). Ook schreef hij voor het bijbehorende Liedboekcompendium tal van liedbesprekingen.
3. Theoloog en wetenschapper
Vernooij benadrukte dat het liturgisch lied niet alleen ‘mooi’ moest zijn, maar ook theologisch verantwoord en pastoraal functioneel. Liturgie moet niet alleen een ritueel verantwoorde viering zijn, maar vooral ook een levende uitdrukking van geloof en gemeenschap. Hij zag muziek als een essentieel onderdeel van de geloofsbeleving en stimuleerde liederen die ‘een verbinding creëren tussen tekst, melodie en ritueel’. Vernooij heeft voorts in verschillende publicaties zijn visie op liturgie en de rol van de kerk in de samenleving uiteengezet. Hij heeft daarmee bijgedragen aan de theoretische basis voor liturgische vernieuwing.
4. Docent en auteur
De combinatie liturg-musicus is bepalend geweest voor zijn opvattingen over liturgische muziek, die hij uitdroeg als docent aan het Utrechts conservatorium en als bijzonder hoogleraar aan de Theologische Faculteit Tilburg. Welke student heeft hem niet horen roepen: ‘Het gaat om de tè-èkst!’. Tegelijk maakte hij duidelijk dat de betekenis ervan uiteindelijk door de klank c.q. melodie wordt bepaald.
Ook als auteur droeg hij bij aan de vorming van liturgiemusici, liturgisten, pastores en predikanten. Zijn artikelen, brochures en boeken hebben vernieuwende ideeën en praktijken voor liturgische muziek in Nederland geïnitieerd.
Zo was Anton Vernooij een ‘bruggenbouwer’ tussen traditie en vernieuwing, tussen theologie en muziek en tussen katholieke en protestantse liturgie. Hij heeft de liturgie en liturgische muziek in Nederland verrijkt en verdiept. Zijn erfenis leeft voort in publicaties, liedbundels, vieringen en generaties liturgiemusici. Zijn baanbrekend werk zal blijvend bijdragen aan de liturgische vieringen in veel Nederlandse parochies en gemeenten.